Rondje Scandinavië


Rondje Scandinavië met Cirrus N146JJ.

Zondag 16 juli, Seppe-Odense-Aalborg-Fyresdal, 570NM.

Fedor en Mart vliegen voor het eerst in lange tijd weer eens naar Midden Zeeland. We gaan daar Yvan ophalen voor een weekje vliegen richting Scandinavië. Er is geen vast plan, Noordkaap zou leuk zijn maar hoeft niet persé, we bekijken per dag wat meteo en humeur ons te bieden hebben.
Fedor en Mart hebben tot op het bot aan gewichtsbesparing gedaan, hebben bij wijze van spreke gaten in hun schoenen geboord om de wheight and balance binnen de perken te houden en zij kijken met enige verbazing naar de 10 kg uitgeprinte IFR plates, laptop en mobiele printer van Yvan en verdere bagage, die een KLM 747 captain niet zouden misstaan. Niet alleen het bagageruim gaat vol, maar ook een groot deel van de achterbank. Mart, met flinke rugklachten, had gehoopt zich languit op de achterbank te installeren, maar kan dit verder wel vergeten.
Om 11:30 vertrekken we vanuit een snoeiheet Midden Zeeland (er heerst al enige tijd een hittegolf in Noord Europa). Yvan neemt het eerste track voor zijn rekening en om zijn kersverse Amerikaans IFR-brevet in te wijden vliegt hij via overhead Schiphol, in 3:20 uur naar Odense (Denemarken). Het is wat aangenamer van temperatuur op FL100. Denemarken zucht ook onder de hitte en het land ziet er ongewoon geel en dor uit. We zetten koers naar Aalborg. Tanken en een drankje en snel weer de lucht in, we steken het Skagerak over naar Fyresdal. De lucht boven Noorwegen zit vol lenticularis-wolken, het waait er behoorlijk en het is redelijk turbulent. We verwachten crosswind op Fyresdal, maar als we op final 01 zitten zegt de GPS dat we meer dan 10 Kts tailwind hebben en we breken de approach af, waarna Fedor een keurige landing maakt op baan 19, daarbij de diepste gaten vermijdend. We zijn dit jaar voor de derde keer in Fyresdal, waar Toncko Zwolsman samen met zijn vrouw sinds 2004 een hotel runt en tevens het vliegveld beheert en het piloten vanuit heel Europa naar de zin weet te maken.
Er komt vanuit het westen een front, dat volgens de voorspellingen enige dagen op de westkust van Noorwegen blijft hangen. We besluiten daarom “linksom” te vliegen en via Zweden en misschien Finland naar het noorden te vliegen en dan langs de westkust weer naar het zuiden. Een Scandinavische wijsheid zegt, dat als het aan de westkant slecht vliegweer is, het in het oosten goed is en vice versa.

Maandag 17 juli, Fyresdal –Torp-Borlange-Sundsvall, 379NM.

Het front is niet, zoals voorspeld, aan de kust blijven hangen, maar nadert Fyresdal al, dus we vluchten naar het oosten, met de wind in de rug. Het rammelt flink in de lucht naar onze bestemming Skiën (ja, daar komt inderdaad het werkwoord vandaan en als je het niet gelooft, Skiën ligt ook nog in de streek Telemark). Probleempje: we mogen wel landen van de toren, maar daarna gaat het veld dicht en kunnen we niet meer weg, dus vliegen we verder en landen in Torp. We maken er een snelle stop en vervolgen onze weg naar Karlstad, aan het enorme Vänern-meer gelegen. Het weer haalt ons definitief in op het volgende track naar Borlänge, waar we met regen en veel wind landen. We laten ons plan om door te vliegen naar Östersund varen, omdat dit ons naar hoger terrein in het binnenland voert en daar voelen we met deze wind en lage bewolking weinig voor. We kiezen in plaats daarvan als laatste bestemming van de dag Sundsvall, aan de Botnische zee gelegen. Onderweg krijgen we alvast een voorproefje van de verlatenheid van het binnenland. We zien alleen bossen en meren, het glooit zacht en tekenen van menselijke “beschaving” zijn soms ver te zoeken. We bereiken de fraaie scherenkust, met 1000den eilanden. We vragen aan ATC of die voor ons een instrumentnadering kan regelen. Ze vertellen ons echter dat het veld tot 17:30 uur gesloten is.  Dit komt, zo blijkt later, vaker voor. De gegevens uit de Bottlang over sluitingstijden, kloppen vaak niet en er zijn ook niet altijd notams over te vinden, vooraf bellen is dus een must. We mogen wel op eigen risico landen en via een mooie nadering over de baai landen we op baan 34. Het is een enorm veld met alles er op en er aan, zonder echter een levende ziel. Nou, niet helemaal, gelukkig, in een hoekje van het veld bij de Aeroclub zijn wat mensen, waarvan de dames ons hartelijk verwelkomen. Ze zorgen dat we brandstof krijgen, regelen een hotel en taxi en begeleiden ons naar de poort, anders kunnen we het veld niet af. Mart programmeert het telefoonnummer van een van de dames in zijn telefoon, zodat ze ons morgen weer binnen kan laten. Hij moet later prompt aan Ingrid, die dat nummer toevallig op zijn telefoon terug vindt, uitleggen wie Sandra nu weer wel niet is.
Sundsvall, blijkt een mooie stad in Neorenaissance stijl. De (voorheen houten) stad, is in steen herbouwd nadat hij in 1888 voor de derde keer helemaal uitgebrand was. We eten er goed, maar de sfeer in de stad is een beetje kil. Zweden lijken ons geen erg uitbundige mensen, zal wel wat met het klimaat te maken hebben.

Dinsdag 18 juli 2006, Sundsvall-Luleå-Kiruna, 363NM.

Het waait nog steeds hard, 25 a 30 kts en het binnenland, met bergen, trekt ons niet erg, dus vliegen we eerst via de kust naar Luleå, wat helemaal bovenin de Botnische Golf ligt. Het land langs de kust wordt wat vlakker, met nog wel veel eilanden en het wordt zienderogen snel minder dicht bevolkt en de lucht is glashelder met meer dan 100 km zicht. We maken een korte stop voor voedsel voor ons en de kist. De meteo zegt dat we in Kiruna, onze eindbestemming voor vandaag, towering cumulus mogen verwachten en flink wat crosswind. Een telefoontje leert ons dat het veld open is en er hotels zijn. Kiruna is de meest noordelijke “grote” Zweedse stad, ligt ruim boven de poolcirkel en het ligt er zeer dun bezaaid met alternatieve vliegvelden. Bovendien ligt het in een gebied dat op de Zweedse kaarten aangeduid staat als Mountenous Area, waar een survivalkit verplicht is.
Al snel na vertrek komen we de grote cumulussen tegen, waaruit sneeuw valt. Het is behoorlijk turbulent, het zicht wordt buiten de buien echter alsmaar beter. Het landschap verandert, eerst nog wat bos en veel water, maar verderop verdwijnt het bos om plaats te maken voor de toendra. Op een gegeven moment is er nergens ook nog maar een spoor van menselijke aanwezigheid te bespeuren. Tevens raken we buiten radiobereik, maar een collega (verkeers) vlieger maakt voor ons een relay. Mart geeft achterstevoren op de achterbank een demonstratie hoe je de gevolgen van  een teveel koffie bij het ontbijt op geordende wijze oplost en houdt daarbij kist en handen droog. Mart en Fedor bespreken de zin van een survivalpakket en besluiten, dat, in het geval we hier mochten stranden en niet teruggevonden worden, eerst Yvan zal worden opgeofferd. Hij is immers vegetariër en heeft dus toch niets aan ons en bovendien smaakt hij, gezien zijn dieet waarschijnlijk beter. Door dit alles letten we niet goed op en passeren ongemerkt de poolcirkel, zodat eerder geplande rituelen geen doorgang kunnen vinden. Later op de avond, tijdens het diner,wordt dit onder het genot van enige liquide versnaperingen, ruimschoots gecompenseerd. We speuren naar, maar zien geen elanden of rendieren.
Kiruna ligt er prachtig bij, midden in de groene toendra met de hogere, nog besneeuwde bergen in het westen als achtergrond. Het plaatsje is, zoals dat vaker het geval is in uithoeken van de wereld, wat simpeler en groezeliger dan wat we tot nu gewoon waren,maar dat is een deel van het avontuur.
We nemen ons voor om morgen naar de Noordkaap te gaan.
We gaan vroeg naar bed, de vermoeidheid slaat toe, maar het is niet altijd makkelijk in slaap te vallen, als het alsmaar midden op de dag lijkt te zijn en onze biologische klokken raken behoorlijk van slag.

Woensdag 19 juli 2006, Kiruna-Alta-Svolvaer, 360NM

Te vroeg staan we op het vliegveld, het veld gaat pas om 10:30 uur open, maar we mogen wel alvast de briefing room gebruiken. Het weer ziet er op papier hoopvol uit, dus plannen we om in een rechte lijn, door Finland heen naar Hammerfest te vliegen en van daaruit de Noordkaap te “doen”. We doen een vliegplan weg met Honnigsvåg, het dichtst bij de Kaap gelegen vliegveld, als uitwijk.
Het waait nog steeds erg hard als we uit Kiruna vertrekken. Fedor vliegt. Het wordt een van die magische vluchten, die je weer in één klap doen realiseren waarom vliegen zo speciaal is. Het is weer glashelder, nog steeds toendra, maar de bergen in de verte komen steeds nader. We gaan de grens over van Finland en korte tijd later de Noorse. De lucht zit vol met lenticularissen met daaronder stratuspaketten. Voor ons lopen de wolken tot tegen de flanken van de bergen en we klimmen om er vrij van te blijven. Gezien de buitentemperatuur zitten die waarschijnlijk vol met ijs. We klimmen naar 8000 voet en op een gegeven moment vliegen we door een gat, net onder een lenticularis door. De verwachte turbulentie blijft uit, maar we krijgen wel een flinke updraft.
We zitten intussen bij Alta Approach en die komen met de metar van Hammerfest, een van de meest bizarre die we ooit gezien hebben. Ze geven de wind op voor twee verschillende plaatsen op de baan en een daarvan is 7 knopen, gusting 27 tussen 180 en 360 graden. De bewolking zit ook nog laag en dit, in combinatie met de baanlengte van net iets meer dan 800 meter en het dringende advies van Alta om uit te wijken, doet ons besluiten Alta als bestemming te kiezen. Daar zijn we welkom. Alta ligt aan het eind van een fjord en is omgeven met flinke bergen, maar hun weer ziet er redelijk acceptabel uit en de toren meldt af en toe blauwe gaten te zien. Op een gegeven moment ontdekken we een flink gat, dus dat gebruiken we om de weidse baai binnen te vliegen. Een monumentaal amfitheater ontvouwt zich voor ons. De wanden daarvan bestaan uit de bergen die rondom oprijzen, de wolken in. Het dak bestaat uit chaotische donkere wolkenpaketten en onder ons zien we uitgestrekte groene velden en de stad Alta, met zijn veelkleurige houten huizen langs de baai, die vol staat met donker, schuimend water. We maken een onstuimige nadering en landen op de baan, die op een kunstmatig eiland in de baai ligt.
In de hal van het vliegveld zit het vol met passagiers van vliegtuigen die ook uitgeweken zijn en we beraadslagen wat te doen. We zitten nog geen 100 mijl van de Noordkaap, maar bij dit weer heeft het niet veel zin daarheen te gaan. De kaap zit nog vol in het front dat hier net aan het wegtrekken is en met deze lage bewolking is het niet waarschijnlijk dat we er ook maar iets van zien. De vlucht heeft op allen een diepe indruk gemaakt. Ook bij Mart, die toch op zijn vlucht met de Cirrus vanuit de States veel gezien heeft, komt deze tocht bij de top 5.
Om dus nog een reden te hebben hier weer eens terug naar toe te komen laten we de Kaap rechts liggen en besluiten door te vliegen naar de Lofoten, een eilandengroep aan de Westkust van Noorwegen, die blijkbaar dik de moeite waard is om bezocht te worden.
Twee keer op een dag een vlieghoogtepunt bereiken lijkt haast onmogelijk, maar het gebeurt. We vliegen de fjord uit, die nog helemaal wit is van het schuim. In de verte, aan de lijzijde van een hoge berg, waarvan de top niet te zien is omdat hij in de wolken steekt, regent het en de donkere zijdalen van de fjord zien er niet bepaald uitnodigend uit. Als we een eind richting open zee gevorderd zijn, neemt de wind iets af en door een wirwar van fjorden zoeken we ons een weg richting Lofoten. Als het vorige traject al zo indrukwekkend was, dat het direct voorgoed op je harde schijf gegrift werd, dan doet dit er niet voor onder. Wat is deze kust schitterend en het weer geeft er nog een extra dimensie aan. GPS en Multifunction-display zijn hier onbetaalbaar en zorgt ervoor dat navigatie tot iets simpels teruggebracht wordt. We hoeven alleen maar te genieten en huiveren bij de gedachte dat je hier een verkeerd, doodlopend fjorddal invliegt. Soms moeten we naar 300 ft om zicht te houden en in buien loopt het zicht soms terug tot 1.5 km terwijl we het volgende ogenblik naar 2500 ft kunnen met meer dan 150 km zicht. We mogen door de controlzone van Tromsø op 500 voet en de stad, midden in een fjord op een eiland gelegen, ontvouwd zich schitterend aan ons. Hoe verder we vorderen, hoe beter het weer wordt we besluiten ook eens over een paar bergen te vliegen, in plaats van er langs. Op een gegeven moment komt zelfs de zon weer te voorschijnen die zorgt voor een Caribisch gevoel als hij door het heldere blauwgroene water op het witte zand in de ondieptes tussen de ontelbare eilanden schijnt. De Lofoten lijken zo weggesleept uit de Stille Oceaan met steile, felgroene hellingen en scherp getande spitsen. Alleen een spoortje sneeuw links en recht verraad dat we nog steeds boven de poolcirkel zitten. We roepen Svolvær Tower en horen dat we op baan 01 moeten landen. Op baseleg scheren we nog rakelings over een scherpe rotskam van een eilandje voor de kust heen en we verwachten alledrie dat op het veld een klein mannetje op en neer staat te springen, die met zijn handen zijn ogen afschermend in de verte staart en bij onze nadering roept: “the plane, the plane”, met een zwaar Frans accent. Dit is werkelijk aankomen in Fantasy Island en om de sfeer nog wat te verhogen heeft de verkeersleiding de baanverlichting ook nog maar eens extra hoog gedraaid. We vinden in Kabelvåg, een paar km. westelijk van Svolvær een fantastisch hotel, heel toepasselijk Kabelvåg Hotel genaamd, met uitstekende keuken. Het bevalt ons zo goed, dat we besluiten een dag extra te blijven en een auto te huren. We willen walvissen en dolfijnen zien en orka’s of misschien arenden, het moet er allemaal zijn volgens de brochures. Wel een trui aantrekken, want het is maar 10°C, terwijl Nederland lijdt onder temperaturen die richting 40° kruipen.

Vrijdag 21 juli 2006, Svolvaer-Molde-Bergen, 620NM.

 

We hebben gisteren een rondrit gemaakt en veel gezien. Doch het huren van een auto nam meer dan 3 uur ( waarschijnlijk zijn de Lofoten door een of andere Spanjaard ontdekt) in beslag en we moesten onze plannen wel wat bijstellen. Geen boottocht met walvissen of orka’s en ons tochtje naar Røst hebben we ook laten schieten, want dat ging pas om 17:30 open. In de avond hebben we nog genoten van een Zweedse bluesband met een fantastische zanger/mondharmonicaspeler. De rest van de groep deed er enige tijd over om los te komen, dat heb je vaker bij noorderlingen, maar daarna kwam er bij hun ook lekkere muziek uit. Om 24:00 uur, bekaf, maar nog op klaarlichte dag, naar bed.
Yvan mag vandaag weer de spits afbijten en langs de adembenemend mooie kust vliegen we naar Brønnøysund. Er zijn nog maar enkele wolkjes in de lucht, in het Noorden hangen nog resten front en op meer dan 200 km afstand zien we de Lofoten nog steeds. Wederom geen walvissen, gisteren ook al niet, van alle beloofde dieren alleen de arenden maar gezien. Het volgende traject gaat naar Molde. Het landschap wordt langzaam wat minder ruig en wat nog groener. We zien in de verte voor ons een front opdoemen, en het zicht loopt terug tot ongeveer 50 km. In Molde proberen ze ons vast te houden door te vertellen dat er een geweldig Jazzfestival aan de gang is, maar we hebben nog een  traject in gedachten en dat wordt er weer een voor de top 5. Vanuit Molde koersen we richting zuidoost het Romsdal in. Dit dal heeft veel Grand Canyon-gehalte en van een de peilloze steile wanden van de Trollveggen kunnen base-jumpers een vrije val van meer dan 1500 meter maken!  We voelen ons erg klein, en vervolgen onze weg verder oost, richting Galdhøppigen, volgens de AOPA Noorwegen website de hoogste berg van het land, met 2469 m, maar als ik op de atlas kijk is de Glittertind met 2470 de hoogste. Maar wie maakt zich hier druk over een meter, het is allemaal erg indrukwekkend en na een rondje eromheen gemaakt te hebben vervolgen we onze weg naar de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van Europa. We vliegen er op enige tientallen meters overheen, de contouren van de gletsjer volgend. Op een gegeven moment vraagt Oslo Control ons: “N146JJ Operations Normal ?” Nou, die zijn natuurlijk niet normaal, maar we antwoorden bevestigend. Dit is een van die momenten die niet voor veel mensen weggelegd is. Zo een land bekijken is alleen voor bevoorrechtten. Als ergens de vraag: “do you want to soar with the eagles, or scratch with the chickens?” van toepassing is, is het hier wel.

We volgen zeker een kilometer of 60 de gletsjer, hebben links en rechts prachtige inkijken de dalen in en bij elk dal maakt zich een stroom met diepe spleten los van de gletsjer en verdwijnt als een versteende rivier onder ons het dal in. We vliegen bijna aan het eind de gletsjer af en duiken de Sognefjord in, met zijn 230 km lengte de langste van Noorwegen. Opgepast hier, er hangen hier op sommige plaatsen hoogspanningkabels doorheen tot zeker 1500 voet hoog. We vliegen de fjord niet helemaal uit, maar steken een stuk af, door over de bergen heen koers te zetten naar Bergen. Bergen maakt zijn naam, dat het er zeker 300 dagen per jaar zou regenen waar en we mogen een straight in maken, als we even plaats maken voor de Short, die achter ons zit.

Bergen is echt toeristisch en dat merken we ook. Tot heden hadden we geen enkel probleem met hotels, maar hier zitten alle hotels bomvol. Het toeristenbureau vindt voor ons naar een hotel in Os, 3 kwartier per taxi hiervandaan. We huren een auto, dat lijkt ons goedkoper.  Hotel Bjørnefjorden blijkt een zegen te zijn. Prachtig gelegen, beheerd door een perfecte gastvrouw. De keuken is meer dan voortreffelijke en we zijn snel het ongemak van de extra kilometers en de hitte, die hier heerst, vergeten. Het is lekker om s’avonds de zon weer eens onder te zien gaan, het uitzicht over de fjord is romantisch, jammer dat we onze vrouwen niet bij hebben.

 

Zaterdag 22 juli, Bergen-Kristiansand-Göteborg-Lolland, 466NM.

Als we wakker worden is het mistig en de metar van Bergen is nog niet eens geschikt voor IFR. De vooruitzichten gaan echter snel vooruit, dus filen we een IFR plan naar Kristiansand. Op het veld aangekomen is het echter zoveel verbeterd, dat we VFR vertrekken. Yvan vliegt de eerste track. Al na een minuut of 15 echter loopt het zicht snel terug en de wolkenbasis zakt. We vragen en krijgen een IFR klim naar VFR on top en we zien dat het stratusdek tot ver in het binnenland ligt, dus de voorgenomen sightseeing kan niet doorgaan, al weer een reden om hier weer terug naar toe te gaan.

We komen op de ILS Kristiansand binnen. We vervolgen onze tocht via de kust naar Göteborg. Niet lelijk, deze kust, maar hij kan niet tippen aan wat we eerder gezien hebben. Het laatste traject van deze dag brengt ons naar Lolland in Denemarken. We mogen door de controlzone van Kopenhagen, moeten ons melden bij de Tuborg en hebben een mooi uitzicht over de binnenstad. Nou, weinig lol in Lolland. Het veld is verlaten, maar dat wisten we en we hadden van de veldbeheerder telefoonnummers gekregen van een taxibedrijf en het Efir Hotel. De taxichauffeuse heette in een vorig leven waarschijnlijk Olga en was toen kampbeul van beroep en het Efir Hotel bleek het E4 Hotel, lekker dicht langs de snelweg dus, zodat we al weer een beetje aan Nederland konden wennen. De bijzonder onvriendelijke bazin, een vrouwelijke variant van Scrooge, wiens enige Engels bestaat uit: “pay now”, wil bij Gods gratie nog wel regelen dat we wat te eten krijgen, wat we buiten op het bloedhete terras mogen nuttigen, daarbij geassisteerd door de vele insecten, die zich hier thuis voelen. Die vergezellen ons even later ook naar onze even bloedhete kamers.

Zondag 23 juli, Lolland-Wangerooge-Seppe, 349NM.

 

Iedereen heeft toch blijkbaar een beetje kunnen slapen en we vervolgen onze weg. Om de klap van het terugkomen iets te verzachten, besluiten we het altijd weer saaie Noord Duitsland te mijden en via de Duitse en Nederlandse Waddeneilanden terug te keren. Er is een geringe kans op CB’s, het zicht is niet geweldig en het is vochtig en drukkend. We haasten ons om Wangerooge voor 12:00 uur te bereiken, anders mogen we niet meer voor 14:00 uur vertrekken. We vragen een straight in, info stemt daar mee in, maar waarschuwt ons voor een andere kist die er ook aan komt. Dat blijken er echter 6 te zijn, die zich allemaal naar final proberen te wurmen. Ook vertrekt er nog net een terwijl wij al op short final zitten. Ons plan om net voor 12 uur weer te hangen, werkt echter en we vervolgen onze tocht naar Texel, waar we van Ed de Bruin en zijn zoon weer het gebruikelijke welkom krijgen. Hier kan de rest van de Nederlandse havenmeesters een voorbeeld aan nemen, je voelt je hier tenminste nog klant en niet een of andere paria, die zonodig benzine moet verstoken. Via Pampus (het eiland, niet de VOR) gaan we verder naar Seppe.
Terugblikkend op onze tocht, concluderen we dat we Scandinavië in de goede volgorde bekeken hebben en het mooiste voor het laatst bewaard hebben. We hebben bijzondere waardering voor ATC, die op geweldige wijze hun werk doen en blijk geeft van een groot inlevingsvermogen. Scandinavië is niet echt goedkoop, maar dit wordt enigszins goedgemaakt door de voordelige brandstof, vooral in Zweden.
Alledrie zijn we er van overtuigd dat dit niet onze laatste keer naar deze bestemming zal zijn.

Mannen, nog erg bedankt voor het uitstekende gezelschap en het meer dan gemiddelde teamwork.

Mart Buuron.

© 2017 Le Vieux Carré